Fraai Fraser

28 december

Het drukke Main Beach in Noosa

Na aankomst in Noosa begeef ik me gelijk richting het strand, waar ik een paar uurtjes lezend in de zon doorbreng. Vanuit Noosa ga ik naar Fraser Island. Fraser Island en de Whitsundays zijn dé twee dingen die je gedaan moet hebben als je langs de oostkust in Australië reist.

In het hostel hangen borden met afstanden naar de verschillende grote plaatsen in Australië. Melbourne: 1794km. Cairns: 1579km. De laatste is mijn eindbestemming, en dat betekent dat ik over de helft ben.

29 december

Noosa is niet zo groot, er is dan ook weinig te doen. Wel is er een nationaal park, en de ‘coastal walk’ daar zou een aanrader zijn. De route loopt langs de kust, langs plekken waar veel surfers zijn, langs kliffen en uitzichtpunten, zoals de Boiling Pot, Hell’s Gates en Dolphin Point. Ondanks de naam heb ik dit keer geen dolfijnen gezien. Wat ik daarentegen wel heb gezien is een schildpad. Via een andere route over het land loop ik weer terug. Een verkeerde afslag en 3,5 uur later ben ik weer bij het startpunt. Wat een prachtige wandeling was dit.

’s Middags heb ik afgesproken met een oud klasgenootje van de basisschool, zij werkt een halfjaar als au pair in Australië. We halen een ijsje en liggen daarna een hele tijd op het strand te kletsen.

30 december

Fraser Island dus, het grootste zandeiland ter wereld, wat betekent dat werkelijk alle grond daar uit van dat zachte witte zand bestaat. En niet zomaar zand, maar het witste zand ter wereld. Het eiland is ongeveer even groot als Limburg. Ik ga het allemaal ontdekken in een 4×4, waarmee we over het eiland gaan crossen. Gisteravond hebben we een briefing gehad, met onder andere veiligheidsinformatie, waarin dingen als “all the vehicles are to follow the lead vehicle except in cases where the need to avoid a wave takes precedence”. De ‘snelweg’ op Fraser Island is namelijk het strand, en blijkbaar kan zelfs zo’n rustig golfje dat net je tenen kietelt al veel kracht uitoefenen op de auto. Net als de meesten van mijn groep ben ik van plan om zelf te gaan rijden. Er zijn vier auto’s, waarvan één handgeschakeld. Ik ben een van de weinigen die daarin kan rijden, dus dat wordt vast veel achter het stuur zitten! Ik laat iemand anders echter even beginnen, ik wil nog even de kat uit de boom kijken.

Met de ferry gaan we naar het eiland. Om bij het opstappunt te komen moeten we al een stuk door mul zand, en op het eiland begint het natuurlijk echt. We rijden zo’n 45 minuten over het strand naar onze accommodatie. En wow, ik vind dit behoorlijk spannend. Je raakt snel de controle over het stuur kwijt. Je moet proberen om zoveel mogelijk op het natte zand te rijden, dicht bij het water aan de rechterkant, want daar is het zand harder en raak je dus minder snel de controle kwijt. Maar het water raken is dan weer uit den boze. Je balanceert op dat strookje tussen water en zacht zand. Ondertussen moet je ook tegenliggers ontwijken, die je hier natuurlijk aan de linkerkant passeert. In dit geval betekent het dat je het zachte zand in moet als er een andere auto aankomt. Van die tegenliggers zijn er verrassend veel, allemaal van die stoere, grote auto’s natuurlijk, bijzonder om te zien wel. Ik vind het al spannend om achterin te zitten, eng misschien zelfs wel. Zelf rijden? Dat zie ik echt niet meer zitten!

De eerste stop is Lake McKenzie, een groot zoetwatermeer waar we hebben gezwommen en gedobberd, ons gescrubd met het pure witte zand, balspelletjes gespeeld en menselijke piramides gemaakt. Voor dit meer moesten we landinwaarts en bergop. Landinwaarts betekent hier nog steeds zand, want ja, zandeiland. Maar nu alleen mul zand, doordat de zee er niet meer bij komt. Van tevoren had onze gids gezegd dat er eigenlijk maar één moeilijk stuk was om te rijden; de weg naar en van het meer. En het is inderdaad erg heftig; hobbelig, kronkelig, veel kuilen in de weg waar je serieus voor moet uitwijken. Achterin word je compleet door elkaar geschud. Maar het pad door het regenwoud is wel prachtig.

Aanvankelijk wilden er veel mensen rijden, maar terug rijden vanaf het meer wil niemand meer. Iedereen is geschrokken van de eerste heftige rit. De gids moet echt wat aandringen, “nou, wie gaat er in die handgeschakelde auto?”. Ik ben één van de weinigen die daarin kan rijden, dus hoppa, ik stap maar naar voren. Niet nadenken, gewoon doen! Ik stap in aan de rechterkant. Ik vind het zó spannend. Mijn benen trillen als een gek. Voordat ik ook maar de parkeerplek af ben, is de auto al drie keer afgeslagen.

Ik voel me niet zo prettig in mijn groep, het zijn niet mijn soort mensen. Toch spreek ik eerlijk uit dat ik het eng vind en dat ik mental support nodig heb. Wat doen ze? Ze zetten de muziek keihard aan en laten mij aan mijn lot over. Eenmaal onderweg heb ik de slag echter snel te pakken. Dat de versnellingspook links zit vormt totaal geen obstakel. Dit is super leuk! Zelf rijden is veel beter dan achterin zitten. Ik heb de auto helemaal onder controle en ik voel me vet stoer. Woehoe!

31 december

Na een nachtje kamperen, rijden we naar Eli Creek, het langste riviertje op het eiland, nergens dieper dan zo’n 50 cm. We lopen helemaal naar het begin van het beekje om ons te laten meevoeren richting zee door de stroming. Liggend op je rug, met je armen uitgespreid naast je en blik op de bomen boven je, vormt dit haast een meditatieve bezigheid.

De volgende stop is het schipwrak Maheno, dat in 1935 is gestrand op Fraser Island en sindsdien steeds iets meer wegslijt. Vooral roestig oud ijzer is het nu, maar wel een gave locatie voor foto’s.

De twee grootste gevaren op Fraser zijn de zee en dingo’s. Voor die laatste zie je overal waarschuwingsborden en ‘dingo safety’-tips. Vandaag zie ik voor het eerst zo’n wilde hond, die er in feite als een normale hond uitziet. De zee is ook gevaarlijk, je mag er absoluut niet in zwemmen. Dit heeft onder andere te maken met de stromingen, die overal en nergens zitten en moeilijk vanaf het strand te lokaliseren zijn, maar ook met de kwallen en haaien die veelvuldig in het water aanwezig zijn. Ik weet niet of het komt door het feit dat ik weet dat het gevaarlijk is, maar die zee ziet er in mijn ogen ook daadwerkelijk gevaarlijk uit. Veel ruiger, wilder.

De een na laatste attractie van vandaag is een uitzichtpunt. Ik ben als eerste boven en heb al een uitgebreide fotoshoot gehad als ik opmerk dat de anderen wel erg lang wegblijven. Blijkt dat de gids zo’n 200 meter terug nog een praatje aan het houden is. Oeps. Vanaf dit punt kijk je uit op een stuk zee waar vaak haaien te zien zijn. Wij hebben pech, vandaag zijn ze niet te zien. En de laatste stop zijn de Champagne Pools; een stuk zee waar je wel kan zwemmen doordat het is afgeschermd door rotsen, waar het zeewater telkens overheen slaat. Het is een soort natuurlijke jacuzzi.

Oudjaarsdag is het ook nog vandaag. Met dank aan de bijrijder, tevens dj, heb ik toch nog een heel klein beetje een traditioneel oudjaar, hoewel 13.00 uur natuurlijk veel te vroeg is voor Hotel California van de Eagles. Mijn avond is in eerste instantie best wel stom, doordat ik weinig aansluiting vind bij de groep. ‘Dit wordt de stomste oud en nieuw ooit’ denk ik dramatisch om 22.00 uur. Het dan maar op een zuipen zetten is ook geen optie met de alcoholprijzen op dit eiland; je betaalt minimaal €10 voor een sixpack in de supermarkt. Maar dan verplaatst het feestje zich van de tenten naar het strand, waar in plaats van vuurwerk een vuurshow wordt gegeven. Deze man is helaas niet zo talentvol. Gelukkig is de spectaculaire sterrenhemel er nog.

De groep is nu ook wat uitgedijd. Mensen die langs reden en zagen dat er een feestje gaande was hebben zich bij ons aangesloten, evenals een andere tourgroep. Met al deze mensen heb ik het gelijk super gezellig en voordat ik het weet is het al 12 uur geweest. We hebben niet eens afgeteld. En dan ben je mensen die je nog geen vijf minuten kent een gelukkig nieuwjaar aan het wensen. Oud en nieuw gaat bij mij vaak gepaard met een bepaald soort zenuwen. Die waren hier helemaal niet aanwezig. Het voelt een beetje ‘nep’, het is niet echt oud en nieuw. Maar het feestje is wel leuk, wordt zelfs beter en beter.

1 januari

Rond 4.30 uur val ik in slaap en amper twee uur later staat onze gids al op de tent te kloppen. Gisteren was er geen kans om te rijden omdat ik bij de gids in de auto zat, wat maakt dat ik vandaag heel graag wil rijden, maar daar voel ik me zo ’s ochtends vroeg niet toe in staat. Na een stukje rijden beginnen we voor 8 uur al aan een redelijk lange hike door het bos richting lake Wabby, een zoetwatermeertje dat achter enorme zandduinen verstopt ligt. Deze duinen worden door wind en erosie steeds verder het land op geschoven, waardoor het meer na verloop van tijd zal verdwijnen. Ik vind hier nog een stukje traditie, maar dan in compleet andere omstandigheden; een nieuwjaarsduik. Hierna ben ik weer wakker genoeg om achter het stuur te kruipen. We gaan weer richting de ferry, die ons terugbrengt naar de ‘echte’ wereld. Het vasteland, verharde wegen, normale auto’s, het voelt allemaal heel raar na deze drie dagen.

Ik verblijf nog één nacht in Noosa voordat ik verder trek. Saartje, die ik heb ontmoet in Byron Bay, is hier inmiddels ook. Toch nog een bekende die ik het beste kan wensen voor het nieuwe jaar en met wie ik kan napraten.

Advertenties

9 gedachtes over “Fraai Fraser

  1. Pingback: Cape Tribulation en vertrek | Jardloopster

  2. Pingback: Terugblik: backpacken in Australië | Jardloopster

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s