Zo werd Jardloopster marathonloopster

Heb ik dit echt gedaan? Ik besef het nog niet helemaal. Toen ik maandagochtend wakker werd was mijn geest eerst blanco, een paar seconden later herinnerde ik me; ik heb een marathon gelopen. Het was heerlijk wakker worden. Toch vind ik het nog onwerkelijk. Ik ga een poging doen het tot me door te laten dringen door alles te beschrijven, te herbeleven

In tegenstelling tot vrijdagavond voelde ik me vorige week zaterdag en zondagochtend heel zen. Alleen op het moment dat ik de metro uitkwam en de Coolsingel op liep voelde ik even kriebels. Er werd goede muziek gedraaid, het zonnetje scheen, de vlaggen wapperden. Ik voelde me toen al heel speciaal. Ík ga een marathon lopen, hoe bijzonder is dat. Wie kan dat nou nog meer zeggen? Nou, dat zijn er dus heel veel. Toen ik even uit mijn eigen wereld ontwaakte en om me heen keek, zag ik dat ik in een zee van hardlopers liep. ‘Oh, ik ben dus toch niet zo speciaal…’ En weer terug naar mijn roes, waarin die Coolsingel voelde als mijn persoonlijke rode loper.

marathonstart.jpg

Ik voelde me goed. Zelfs het laatste halfuur voor de start ben ik heel rustig doorgekomen. Ik verveelde me niet, heb mezelf niet gek gemaakt. Die 30 minuten in startvak vier vlogen voorbij. Ik hoorde Lee Towers zingen (dit is een Rotterdam marathon cliché, maar ik moet het toch even in mijn verhaal verwerken), zag mensen schrikken van het kanonstartschot, werkte een banaan naar binnen, hing mijn trui aan het hek, prutste nog wat met mijn startnummer. Voor ik het wist was het 10:30u. Daar gaan we! Het begin van 42 kilometer.

Nog voordat ik twee kilometer had gelopen zag ik mijn trouwste supporters met hun Franse vlaggetje al staan op de Erasmusbrug. En vervolgens waren ze er weer ter hoogte van de Kuip, om daarna een heel stuk met me mee te fietsen. ‘Nou pap, als je nu nog geen goede foto hebt kunnen maken…’

marathon1

Je ziet van alles op en langs het parcours; lopers op blote voeten die het zwarte asfalt proberen te vermijden, lopers in Hawaii pakjes, iemand die aan het hardlopen en jongleren tegelijk is, creatieve slogans en aanmoedigingskreten, supporters die je winegums, sinaasappels en tucjes aanbieden. Wat een beleving is dit.

Mijn ideale situatie was om tijdens de hele marathon te blijven rennen. Niet gaan wandelen. Op de een of andere manier bedacht ik me op een bepaald moment toch dat áls ik ging wandelen, dat vanaf 30km zou mogen. Daarnaast had ik bedacht dat ik op dat moment ook iemand mocht bellen voor mentale support. Eerst bellen, dan kijken of dat me zou helpen met doorrennen, daarna wellicht wandelen. Je moet toch iets bedenken om al die tijd, bijna vijf uur, door te komen.

Opeens moest ik naar de wc. Ik voelde het niet per se, maar toch was ik bang dat ik het zou laten lopen als ik niet ging. Dus hup, een DIXI in, het moest maar. Voor twee dingen was ik bang: 1) dat er een lange rij voor het toilet zou staan, dit had ik namelijk al vaak gezien langs het parcours, en 2) dat ik niet meer omhoog zou kunnen komen als ik eenmaal zat. Beide angsten werden gelukkig geen werkelijkheid.

Fysiek had ik het niet per se zwaar, het was vooral mentaal dat ik behoefte had om te wandelen. Dat is een rare gewaarwording; je lichaam kan door, je hoofd smeekt je om te wandelen, je verstand schreeuwt dat je moet blijven rennen. Het resultaat was dat ik tegen elk willekeurig persoon die in mijn buurt liep begon te roepen: ‘ik wil wandelen, maar ik mag niet!’ Je verliest jezelf tijdens een marathon.

Het dertig kilometerpunt was mentaal gezien ook erg zwaar. Hier zag je aan de andere kant van de weg namelijk de lopers die al tien kilometer verder waren. De lopers die over een kwartiertje klaar zouden zijn. En ik moest nog een kwart. ‘Zou ik onder het lint doorduiken?’ schoot er even door mijn hoofd. Meer een gedachte om mezelf mee te vermaken dan een serieuze overweging.

expo.jpg

Nog een marathoncliché

Inmiddels had ik ook mijn mama aan de telefoon gehad, die me zei dat ze dichtbij waren en me tegemoet kwamen fietsen. Ja, dan ga ik natuurlijk ook niet wandelen. Maar ik zag ze maar niet, ik zag ze maar niet. Bij de 33km kon ik mezelf niet meer tegenhouden. Ik heb best een lang stuk gewandeld, waarna ik met een versnelling weer begon te rennen. Dat voelde eigenlijk wel goed, om wat sneller te lopen. Ik nam me voor dat ik tot 37km moest blijven rennen, daarna mocht ik weer even wandelen. Helaas was dit te hoog gegrepen. Het komt erop neer dat ik de laatste tien kilometer elke kilometer een heel klein stukje heb gewandeld en als ik rende deed ik dat op een hoger tempo dan eerst. Ik had namelijk een tactiek: ik kwam erachter dat als je ging wandelen en de mensen langs de kant aankeek, oogcontact met ze zocht, dat ze je gingen aanmoedigen. ‘Kom op!’, ‘nog een paar kilometer’, ‘je kunt het Jard!’ Op het moment dat ze mijn naam zeiden, ging ik weer rennen. Beloond door een groot applaus kon ik weer een kilometer door. Voor mij werkte dit perfect. Soms duurde het een minuutje voordat mijn naam werd geroepen, soms was het nog geen tien meter. Ik hoefde zelf niet de beslissing te nemen om te gaan rennen, zij deden dat voor mij. Niet nadenken, gewoon gaan.

Ook dacht ik aan alle succeswensen die ik heb ontvangen via Facebook, whats’app etc. Als je aandacht tekort komt, is een marathon lopen de perfecte remedie; iedereen denkt aan je. Dit gaf me ook weer een boost om door te gaan. Het meest geweldig waren wel mijn (ex-)huisgenootjes, die me de hele weg op de voet hebben gevolgd via ‘live tracking’. Toen ik nog vijf kilometer moest rennen had ik weer even een wandelmomentje en las ik hun berichten. Van ‘Jezus ik word er gewoon bijna emotioneel van’ tot ‘mijn mentale support was zo intens dat het voelt alsof ik hem zelf gelopen heb’. Ik moest hardop om ze lachen, en dat hielp me weer een kilometer verder.

Vlak voordat ik de Coolsingel indraaide zag ik mijn ouders weer en toen ik daarna op het asfalt de grens ‘1000m’ zag staan, gaf dat genoeg motivatie voor een versnelling. Helaas iets te enthousiast, want toen ik bij ‘500m’ was moest ik even gas terugnemen. Vlak voor de finish gooide ik mijn armen in de lucht, ik perste er nog een minisprint uit, en dat was hem. Ik liep de marathon uit.

En mán, wat vond ik het geweldig. Ik heb er van genoten. Het ging goed, alles zat mee, ik heb heerlijk gelopen. Wat een topwedstrijd.

 

Advertenties

5 gedachtes over “Zo werd Jardloopster marathonloopster

  1. Hoi nichtje wat laat maar heb net je verhaal gelezen. Wat schrijf je toch leuk en wat een prestatie. Je mag zeker trots hierop zijn en je hebt het toch maar mooi gefikst!👍😘 je tante uit wijkje

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s