Eigen-aardigheden

Ik ben best een beetje gek. Apart zou je het ook kunnen noemen. Ik heb een aantal trekjes die voor mij normaal zijn, maar voor een ander wellicht raar. Ik zal ze voor je beschrijven, mijn eigenaardigheden. In mijn beleving is dit een woord met een negatieve connotatie, ik zie het dan ook liever als aardigheden, mijn eigen aardigheden. Kleine details die mij maken tot wie ik ben.

En dan niet de standaard dingen zoals eten gescheiden houden op het bord, met een gek stemmetje praten tegen je huisdier, snoepjes in een vaste volgorde eten (de rode het laatst), tien keer controleren of je je sleutel wel bij je hebt, alleen op de witte strepen van een zebrapad lopen of nooit het voorste product uit de schappen pakken. Aan een aantal heb ik mezelf overigens ook schuldig bevonden.

Het moeilijke is alleen dat die dingen zo eigen zijn, dat ze mij niet opvallen.

Over het algemeen maakt men zich niet druk over met schoenen aan over een vloerkleed lopen. Dat is zeg maar de toepassing van een vloerkleed; er overheen lopen. Met dat ‘er overheen lopen’ heb ik geen probleem, maar als men met schoenen aan over mijn vloerkleed loopt, vind ik dat niet leuk. Het probleem is namelijk dat je een vloerkleed niet zo makkelijk schoonmaakt als de vloer. En ik gebruik een vloerkleed juist graag om op te zitten of liggen. Maar niet als die vies is.

Ik doe eerst mijn sokken aan en dan mijn broek, want anders kan je je sokken nooit helemaal optrekken.

 

utrechtopdom

Na 465 treden

Ik tel. Altijd. Stappen, stoeptegels, seconden, hoelang een stoplicht op rood staat, hoeveel dagen ik mijn plantjes geen water heb gegeven, hoeveel duurder de Speculoos bij de Appie is dan bij de Jumbo. Hoeveel yoghurt ik gebruik, hoeveel dagen ik er nog mee kan doen, en wanneer ik dan precies nieuwe moet kopen. Ik tel hoeveel bladzijdes ik heb gelezen, ik weet precies hoeveel traptreden ik op moet lopen om van de stoep naar mijn voordeur te komen, ik weet hoeveel streepjes mijn vloerkleed heeft (kijk, daarom zit en lig ik er graag op), hoeveel dagen het nog duurt voordat ik geen schoon ondergoed meer heb en dus moet wassen, ik tel hoeveel velletjes wc-papier ik gebruik. Mijn mama weet dit; toen we laatst de Domtoren beklommen vroeg ze, ongeveer op de helft, of ik de traptreden aan het tellen was. ‘221, 222, ja, 224.’ Telkens wanneer we op een verdieping waren meldde onze gids echter hoeveel treden we al gehad hadden, en telkens had ze het precies goed. Dus toen ben ik gestopt met tellen. Met moeite, want het is een automatisme.

 

 

Ik leg een vies mes nooit op het aanrecht. Ik wil het aanrecht namelijk graag schoon houden. Daarom leg ik het op mijn bord, op de snijplank of anders op de rand van de gootsteen. Die laatste is favoriet, omdat het ‘vieze’ gedeelte dan helemaal niets aanraakt, maar gewoon in de lucht ‘hangt’. Ik snap echt niet waarom je het aanrecht onnodig vies zou maken. Ik zie het ook wel eens gebeuren in Youtubefilmpjes o.i.d. Waarom!?

Tijdens het eten houd ik mijn vork vast alsof het een wapen is, in een gebalde vuist. Dit voelt heel natuurlijk voor mij, maar voor mijn huisgenootjes is het aanleiding tot hilariteit.

Als ik ’s middags thuis brood eet, smeer ik niet alles in één keer. Ik doe het per broodje. Dus broodje smeren – naar mijn kamer lopen – eten – naar de keuken lopen – broodje smeren, etc. Een tijdrovende gewoonte.

Leuke of fijne dingen stel ik uit; nieuwe kleding of schoenen moeten eerst een week mooi wezen in mijn kast, ik mag pas een pepernoot eten als ik een bladzijde verder ben, als ik aan het hardlopen ben en moe word, mag ik niet gelijk gaan lopen. Eerst nog even sprinten. Tot aan die boom. En als ik dan bij die boom ben kan ik ook nog wel even door tot de kruising. Ik ben er van overtuigd dat je uiteindelijk meer kan genieten van dat wat je uitstelt.

Een groot deel van mijn tijd ben ik bezig met dingen oprapen van de grond. Vooral bij mijn werk in de snackbar. Onhandigheid wordt het ook wel genoemd.

Ik merk overigens dat een aantal van deze eigenaardigheden ‘vroeger’ veel sterker aanwezig waren. Ze veranderen met mij mee. Zo keek ik altijd naar de stoeptegels als ik liep. Ik weet eigenlijk niet eens meer precies wat ik deed. Tellen? Proberen niet op de lijntjes te staan? Ook kon ik eerst nooit stilzitten, wiebelde altijd met mijn benen (tot ergernis van mijn moeder).

Wil je me ook jouw eigenaardigheden vertellen? Ik ben oprecht heel benieuwd. Of herken je je misschien in één van mijn gekke dingen? Ik zou het fijn vinden als ik niet de enige ben.

 

Advertenties

Een gedachte over “Eigen-aardigheden

  1. Pingback: Eigen-aardigheden, deel twee | Jardloopster

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s